In den hemel daar hangt een ham
[Arch. nr. L1350-01]



1
in den hemel daar hangt een ham
daar ied're notaris van moet eten
maar zodra ik daar binnen kwam
|: zag ik dat er nog niet van was gegeten :|

2
en is dat niet een droevig stuk
dat iedere notaris moet gaan verloren
en in de hel o wat 'nen druk
|: daar worden ze zonder zeep geschoren :|

3
toen stond daar nog 'ne rijke vrek
die stond te wenen en te lamenteren
hij hai 'ne lange breje maogeren bek
|: ik moest van 't lachen haast kreveren :|

4
de rechter sprak: gij hebt uw geld gespaard
terwijl de armen honger moesten lijden
gij hebt gereden op een paars
|: nu zult gij op den duivel rijen :|

5
toen stond er nog 'nen bakker en 'ne molenaar
die samen voor 't oordeel moesten komen
de rechter sprak: uw vonnis dat ligt klaar
|: luistert 's wat ik heb vernomen :|

6
gij hebt gebakken met zeep en gruis
gij hebt de bonen door het meel gemalen
daarom zal het hels gespuis
|: u hier op staande voet weghalen :|

7
toen stond er nog 'ne boerenknecht
die heel zijn leven veel spek had gegeten
de rechter sprak: ik heb u op m'ne lijst
|: of dachte dat 'k oe was vergeten :|

8
gij hebt uw graan met valse maat verkocht
gij hebt de boter doen vervalsen
daarom zal het hels gespuis
|: u als een varken leren walsen :|

9
toen stond er nog 'ne rijke fabrikant
die in zijn leven veel werkliên had bedrogen
de rechter sprak: is het voor u geen schand
|: de zaken zijn me niet ontvlogen :|

10
gij hebt geplunderd aan het arbeidsloon
en ook aan de wraakroepende zonden
daarom zal het hels gespuis
|: u hier op staande voet verslonden :|

11
.... zo had ik daar een uur gestaan
ik dacht dat ze niet op me zouden letten
al was ik stil den hemel binnengegaan
|: ik ging me bij de engelen zetten :|

12
omdat ik was 'ne vieze gast
werd ik gerekend onder de gekken
en wien nu het schoentje past
|: die moet het nu maar aantrekken :|

Opname: Zundert, Johanna Dictus-de Bruyn, maart 1982

Rijkdom heeft altijd al negatieve gevoelens opgeroepen bij de gewone, arme lieden, zeker als men vermoedde, dat het rijkdom was ten koste van. In zo'n lied kon men die gevoelens van zich afzingen in de wetenschap dat die rijken hun verdiende straf in het hiernamaals niet zouden ontlopen.
In mijn Liederen en dansen uit de Kempen heb ik op blz. 177 al een versie van dit lied gegeven. Ze stamt uit Bergeijk. De strofen tellen daar 8 regels en de melodie is afkomstig van Colijn , een brave boerenzoon. Ook bij deze versie uit Zundert stamt de melodie van hetzelfde lied, hoewel ze nog maar uit 4 (zang)regels bestaat. De strofen worden nogal verschillend gezongen, met korte invoegingen of weglatingen van melodiegeelten. De oorspronkelijke melodie, gebaseerd op acht regels, vond ik in Deelman's Melodieën Gids uit het einde van de 19e eeuw. Ik laat die hier volgen.




Naast de hier aangehaalde optekeningen uit Zundert en Bergeijk bezit ik nog een derde optekening uit Prinsenbeek.

Voor aanvullingen, aan- of opmerkingen info@volksliedarchief.nl
© Harrie Franken Liedarchief Weebosch-Bergeijk